Mijn vakanties in Zwitserland: van kamperen tot bergpassen
Fietsen in Zwitserland betekent klimmen, afdalen en elke bocht beloond worden met uitzicht. In deze blog neem ik je mee langs mijn favoriete fietsroutes, bergpassen en kampeerplekken in het hart van de Alpen.
Mijn eerste vakantie in Zwitserland ligt inmiddels al even achter me, maar staat nog steeds scherp op mijn netvlies. Destijds ging ik kamperen in Lauterbrunnen, en eerlijk is eerlijk: ik was vanaf dag één verkocht. Het landschap is daar zó indrukwekkend dat het bijna onwerkelijk aanvoelt. Steile rotswanden, groene alpenweides en overal watervallen die naar beneden storten.
Vanuit Lauterbrunnen maakte ik een wandeling naar een nabijgelegen waterval. Via een looproute kun je langs de waterval omhoog lopen, waarbij je onderweg prachtige plekken tegenkomt. Je ziet daar goed hoe het water door de jaren heen de rotsen heeft uitgesleten, pure natuurkracht, en ontzettend fotogeniek.
In de jaren daarna ben ik vaker met de tent naar Zwitserland teruggekeerd. Eén van die plekken was Camping Manor Farm aan de Thunersee. De ligging van deze camping is echt ideaal. Vanaf hier kun je een geweldige fietstocht rondom het meer plannen: via het plaatsje Thun, en aan het einde nog een stuk door het Berner Oberland, waarna je weer uitkomt op de camping.
Wat de Thunersee voor mij extra aantrekkelijk maakt, is het frisse bergwater. In de zomer is het koel, maar juist daardoor heerlijk verfrissend om in te zwemmen. Op de camping zelf zijn genoeg activiteiten te beleven en langs de waterkant zijn volop plekken om lekker van de zon te genieten.
Ook aan de andere kant van Interlaken heb ik gekampeerd, namelijk in Brienz, direct aan de Brienzersee. Vanuit deze camping ben je zo in Interlaken om boodschappen te doen of even door de stad te lopen, een plek vol pracht en praal. De Brienzersee zelf is prachtig blauw, maar wel behoorlijk koud, zelfs in de zomer. Dat maakt het zwemmen voor mij iets minder aantrekkelijk.
Vanuit deze regio kun je schitterende rondes maken, zoals een tocht langs Lauterbrunnen, Grindelwald, de Grosse Scheidegg en via de Brienzersee weer terug. De Grosse Scheidegg is voor mij een absoluut hoogtepunt: een fantastische klim die autovrij is. Er rijdt wel een pendelbus tussen Meiringen en Grindelwald. Bovenop kun je genieten van een goede kop koffie, met uitzicht op de witte toppen van onder andere de Eiger een moment om even stil van te worden.
Mijn persoonlijke favoriet in centraal Zwitserland is echter de Sarnersee. Dit meer is merkbaar warmer dan de Thuner- en Brienzersee, wat het zwemmen een stuk aangenamer maakt. Vanuit deze omgeving zijn er ontzettend veel mooie klimmen en routes te maken. Rondom het meer liggen uitdagende passen zoals de Glaubenbergpas, Glaubenbüelenpas, Stockalp, Melchsee-Frutt en Älggi.
Vanuit de Sarnersee is het ook eenvoudig om richting Meiringen te fietsen en van daaruit opnieuw de Grosse Scheidegg te beklimmen. Daarna kun je doorsteken naar legendarische passen zoals de Grimselpass en de Sustenpass. Andere indrukwekkende passen in de omgeving zijn de Furkapass, Oberalppass en de Nufenenpass.
Naast fietsen leent deze regio zich ook perfect voor wandelingen. Wat ik zelf altijd het leukst vind, is het kiezen van de minder bekende wegen: smalle, kronkelende weggetjes hoog boven het meer, met adembenemende uitzichten. Dat zijn voor mij de momenten waarop Zwitserland op z’n mooist is.
Tot slot nog iets praktisch: in Sarnen en Interlaken kun je prima boodschappen doen bij bekende winkels die we ook in Nederland kennen. De prijzen liggen tegenwoordig waarschijnlijk grotendeels op hetzelfde niveau, wat het kamperen daar een stuk toegankelijker maakt.
Zwitserland blijft voor mij een land waar ik telkens weer naar terug wil, voor de bergen, de meren, de rust én de uitdaging.